buut - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buut buten
verkleinwoord buutje buutjes

Zelfstandig naamwoord

het buut o [4]

  1. eindpunt bij loopspelen, meldingspunt bij verstoppertje
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
buten

buut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van buten
  2. gebiedende wijs van buten

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "buut" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. buut op website: Etymologiebank.nl
  3. buut op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be