broen – Wiktionary (original) (raw)
Achterhooks, Twaents
Substantiv
broen (neutrum)
Mehrtall: broenen
Bedüden
- ne kleure tussen rood en greun.
Varianten
- Nedderlannen
Översetten
broen
Achterhooks, Twaents
Adjektiv
broen
broen (neutrum)
Mehrtall: broenen
broen
broen