Hypofyse (original) (raw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Hersenaanhangsel
Hypophysis
Gelokaliseerd aan de basis van de schedel, wordt de hypofyse beschermd door een botstructuur, sella Turcica genaamd
Gelokaliseerd aan de basis van de schedel, wordt de hypofyse beschermd door een botstructuur, sella Turcica genaamd
{Mediale sagittale coupe door de hypofyse van een volwassen aap
Mediale sagittale coupe door de hypofyse van een volwassen aap
Synoniemen
Latijn Glandula pituitaria
Gegevens
Orgaanstelsel Endocrien systeem
Embryologie neuraal en oraal ectoderm, inclusief zakje van Rathke
Naslagwerken
Gray's Anatomy p.1275 tekst foto
MeSH Pituitary+Gland
Portaal Portaalicoon Biologie

Het hersenaanhangsel of de hypofyse[1] is een klier midden in het hoofd, onder de hersenen, die vele hormonen afscheidt. De hypofyse vervult een belangrijke rol bij de regulering van een groot aantal hormonen. De klier is ongeveer zo groot als een kikkererwt (diameter circa één centimeter) en is gelegen in een holte in de schedelbasis (het Turkse zadel of sella Turcica in het Latijn), achter de neusrug. In het menselijk lichaam weegt hij ongeveer 0,5 gram. De hypofyse scheidt 9 hormonen af die de homeostase reguleren. De achterkwab van de hypofyse behoort tot het diëncephalon. Bij de aanleg in de embryonale fase wordt de voorkwab van de hypofyse gevormd uit een stukje epitheel van het monddak; het zakje van Rathke.

De hypofyse is opgebouwd uit drie delen:

De middenkwab is bij mensen bijna niet aanwezig. Bij sommige diersoorten is deze echter relatief groter. De middenkwab maakt α-MSH (melanocyt-stimulerend hormoon) uit de neurotransmitter corticotropine. In dit artikel wordt vooral aandacht besteed aan de voor- en achterkwab.

De achterkwab van de hypofyse staat met lange axonen direct in verbinding met de hypothalamus. De voorkwab van de hypofyse is via een poortaderstelsel verbonden met de hypothalamus. Deze reageert op hormonen in het bloed en stuurt hormonen naar de hypofyse wanneer er meer of minder van een hormoon nodig is. Via de hypofysesteel komt onder andere dopamine in de hypofyse terecht dat de afgifte van prolactine remt.

In de hypofysevoorkwab worden veel hormonen geproduceerd die invloed hebben op andere endocriene klieren. De hypofysevoorkwab produceert:

De hypofyseachterkwab is belangrijk voor de water- en vochtregulatie in het lichaam. Het is een opslagplaats voor twee door de hypothalamus geproduceerde hormonen:

Alle gewervelde dieren hebben een hypofyse, maar de structuur hiervan varieert tussen de verschillende groepen. Bij zoogdieren bestaat de hypofyse alleen in compacte vorm. Bij amfibieën, reptielen en vogels wordt de hypofyse echter steeds beter ontwikkeld. Bij de tetrapoden is de middenkwab niet goed ontwikkeld en bij vogels ontbreekt deze zelfs geheel. Bij vissen is de middenkwab echter wel goed ontwikkeld.

In vergelijking met een normale hand (links) is de hand van een persoon met acromegalie (rechts) duidelijk groter.

De hormonen die door de hypofyse afgescheiden worden, helpen de controle van de volgende lichaamsprocessen:

De meest voorkomende aandoening aan de hypofyse is een gezwel. Deze gezwellen zijn doorgaans goedaardig en zijn grofweg onder te verdelen in de volgende soorten:

Hier zijn nog een aantal aandoeningen van de hypofyse beschreven

De symptomen zijn: verandering van uiterlijk, vergroting van de handen en de voeten, hoofdpijn, vermoeidheid, overmatig transpireren en in sommige gevallen afname van geslachtsfuncties. Door behandeling kunnen deze symptomen beter worden. Vermoeidheid en slaapstoornissen behoren soms tot de eerste verschijnselen. De oorzaak van de vergroting van handen en voeten is een teveel aan het groeihormoon. Doordat de hypofyse vergroot, kan men last krijgen van hoofdpijn. Ook kan de hypofyse druk uitoefenen op de oogzenuw, wat kan leiden tot stoornissen bij het zien en het gezichtsveld.

Symptomen: De eerste symptomen zijn vaak hoofdpijn en problemen met zien. Wanneer de tumor groter wordt, ontstaat er druk op de hypothalamus en de hypofyse. Die kan daardoor minder goed werken. Dit kan een scala van klachten en verschijnselen geven.

Symptomen: Veel dorst en veel plassen van zeer waterige urine. De aandoening is echter goed te behandelen met medicijnen, in de vorm van tabletten, een neusspray of injecties. De diagnose wordt gesteld door bloed- en urineonderzoek en eventueel een dorstproef.

Overige kenmerken zijn:

De aanwezigheid van deze kenmerken zullen per persoon verschillen. Het reukvermogen kan niet worden hersteld. De geslachtsontwikkeling kan met behulp van hormoonbehandelingen worden begeleid.

Bij vrouwen kunnen klachten als tepeluitvloed, gespannen borsten, minder zin in seks, een verminderde vruchtbaarheid en uitblijven van de menstruatie optreden. Bij mannen treden er bijna geen merkbare klachten op; alleen gestoorde potentie en minder zin in seks komen regelmatig voor.

De hypofyse kan ook te weinig hormoon maken; dit heet hypopituïtarisme. Het tekort aan hormonen kan worden aangevuld met medicamenten. In uitzonderingsgevallen kan men besluiten om het orgaan te verwijderen (hypofysectomie).

De Griekse arts Galenus duidde de hypofyse alleen maar aan met de naam klier (Oudgrieks: ἀδήν adén).[3] Hij beschreef de hypofyse als onderdeel van een reeks uitscheidingsorganen voor de afscheiding van neusslijm.[3] De anatoom Andreas Vesalius vertaalde het begrip ἀδήν met glans, in quam pituita destillat oftewel klier waarbij slijm (pituita[4]) druppelt.[5][3] Daarnaast gebruikte Vesalius de naam glandula pituitaria.[3] In het Nederlands werd vroeger ook het overeenkomstige begrip slijmklier[5] gebruikt.

Het begrip glandula pituitaria is nog steeds een officieel synoniem naast het hoofdbegrip hypophysis in de recentste uitgave van de officiële Latijnse nomenclatuur.[6] Al in de zeventiende eeuw werd weerlegd dat de hypofyse neusslijm zou produceren.[3] De benaming glandula pituitaria is dus alleen vanuit historisch oogpunt (en niet vanuit huidig oogpunt) te rechtvaardigen.[7]

De anatoom Von Sömmering voerde de naam hypophysis in.[3] De naam bestaat[3][7] uit de Oudgriekse delen ὑπό hupó ('onder')[8] en φύειν phúein ('groeien').[8] Bij latere Griekse artsen werd ὑπόφυσις hupóphusis echter in een andere betekenis gebruikt, namelijk 'uitwas'.[3] Sömmering gebruikt ook de equivalente term appendix cerebri,[5][3] waarbij appendix 'aanhangsel'[9] betekent. Het Nederlandse begrip hersenaanhangsel[10] komt dan ook overeen met het laatste Latijnse begrip.

Bronnen, noten en/of referenties

  1. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  2. Wat is de functie van de hypofyse? (Uitleg en oefeningen). jojoschool.nl (27 juli 2023). Geraadpleegd op 8 december 2023.
  3. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  4. Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  5. 1 2 3 Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  6. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  7. 1 2 Triepel, H. (1927). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Anhang: Biographische Notizen.(Elfte Auflage). München: Verlag J.F. Bergmann.
  8. 1 2 Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon: revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones: with the assistance of Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  9. Wageningen, J. van & Muller, F. (1921). Latijnsch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij
  10. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.