Clown (original) (raw)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een clown is een doorgaans geschminkte artiest die zich komisch gedraagt tegenover het toekijkende publiek. Clowns behoren tot de vaste onderdelen van het circus, maar treden ook op andere plekken op.

Men onderscheidt ook andere komische artiesten, hoewel de afbakeningen met clowns niet altijd haarscherp zijn.

Clown met ganzenact op een affiche uit 1900 voor het Barnum & Bailey Circus

Cézanne schilderde een echte clown (Pierrot) en een in een domino geklede harlekijn.

Postzegel van de Faeröer met moderne clowns of augusten, getekend door de 13-jarige Anna Katrina Olsen

Het woord clown komt uit het Engels, waar het oorspronkelijk "onbenul" of "boerenpummel" betekende. Het is mogelijk verwant aan het Nederlandse woord "kluns", soortgelijke woorden komen ook in Scandinavische talen voor. Een minder waarschijnlijk geachte verklaring is dat het woord afkomstig is van het Latijnse colonus, dat "boer" betekent.[1]

In het Nederlands en vele andere talen worden niet alleen clowns in enge zin, maar ook augusten en domme augusten tegenwoordig clowns genoemd.

Hoewel de clown in zijn huidige vorm pas sinds enkele eeuwen bestaat, zijn allerlei vergelijkbare figuren terug te voeren tot de oudheid. Reeds in het Oude Egypte, het Oude Griekenland, het Romeinse theater evenals in het oude China en India kende men vergelijkbare figuren.

In de middeleeuwen had de hofnar een belangrijke rol te vervullen aan het koninklijk hof. In Engeland kende men ten tijde van Hendrik I figuren als de Merry Andrew en de Jack Pudding, die met hun vermakelijke acts op straat kwakzalvers aan meer klanten moesten helpen. Ook de harlekijn, een van de hoofdpersonages uit de commedia dell' arte, geldt als een belangrijke voorloper van de hedendaagse clown.[2]

Hierna vond de clown uiteindelijk zijn huidige vorm en populariteit in het circus, dat dankzij Philip Astley en Charles Hughes zijn moderne vorm kreeg. Tot de vaste cast van de eerste circussen behoorden de zogeheten Mr. Merrymen. Bekende Merrymen uit deze tijd zijn Hughes, John Bill Ricketts en Dicky Usher.[3] Joseph Grimaldi (1778-1837) geldt als het prototype van de moderne clownsfiguur, alhoewel hij zelf nooit in een circus heeft opgetreden.[4]

Clowns, augusten, pierrots, narren, paljassen, harlekijnen en hansworsten zijn artiesten die ieder een eigen – komisch – genre beoefenden of beoefenen.

De harlekijn is oorspronkelijk een figuur uit de Commedia dell'arte, een Italiaanse vorm van volkstoneel. In het Nederlands wordt de komische harlekijn ook paljas genoemd, maar er zijn ook tragische harlekijnen.

Een nar is een vreemd geklede komediant en een figuur in de literatuur. De nar is veel ouder dan de clown en trad ook als hofnar aan de Europese vorstenhoven op. Een nar vindt men ook terug in het kaartspel als de joker.

Een august is een grappenmaker die wordt gekenmerkt door een uniek opgemaakt gezicht. Deze opmaak wordt, op een ei geschilderd, ook in een museum in Zwitserland bewaard. Geen twee augusten mogen gelijk zijn. Men maakt in een groep komedianten ook nog onderscheid tussen de bemiddelende august en de niet voor rede vatbare Domme august. In een klassieke act hoort daar ook nog een dikke en aanmatigende circusdirecteur bij. Op het gezicht van een august is een geaccentueerde emotie (bijvoorbeeld enorme geschminkte rode lippen in een lach, of de ogen in een permanente huilstand) te zien. Hij draagt veel te grote armoedige en felgekleurde kleren (pofbroek). Vaak draagt een august schoenen waarin zijn voeten driemaal zouden passen en een speciale bolle rode neus. De clown is een heer, de august is een knecht.

De tegenspeler van de august heet pierrot. Deze figuur stamt uit de commedia dell'arte, waar hij Pedrolino heet. Tegenwoordig komt men hem tegen in het circus en in pantomimevoorstellingen.

Een hansworst was de komische hoofdfiguur van de oud-Hollandse poppenkast voordat deze de naam Jan Klaassen kreeg. Ook werd de Duitse Hanswurst afgeleide term gebruikt voor een grof-komische figuur in geïmproviseerde komedies. De figuur kon koppige, sluwe, domme, slimme, ondernemende, laffe, toegeeflijke dan wel vrolijke karaktertrekken tonen.

Klassieke circusclowns zijn typische lange, in dure witte of lichtgekleurde kleren gehulde en witgeschminkte artiesten. De kwetsbare en gereserveerde clown is muzikaal en in een traditionele clownsact wil hij vaak viool of trompet gaan spelen, maar daar komt hij niet aan toe omdat de august hem voortdurend voor de voeten loopt en alle aandacht opeist. Deze melancholieke clown is verwant aan de in het begin van de 19e eeuw ontstane Pierrot.

De eerste moderne witgeschminkte clown was Grimaldi, die rond 1831 niet in een circus maar in de traditionele Engelse pantomime optrad.

In de tijd van de stomme film ontstond een nieuw type clown, de tramp-clown genaamd. Deze was een solist en stelde een romantische, gevoelige maar leuke vagebond voor. Joris Janssen stond met zijn naamloze vagebond met het kleine bolhoedje aan de wieg van het genre, maar men noemt ook Otto Grielberg als de eerste vagebonderende clown. Ook Emmet Kelly en Red Skeleton waren beroemde tramp-clowns.

In de twintigste eeuw ging men alle augusten "clowns" noemen. Nylon en kleurstoffen zorgden voor steeds vreemder gekleurde piassen die zich van de melancholieke witte clowns lijken te hebben losgemaakt.

Clowns en augusten waren ooit vooral mannelijk, maar tegenwoordig treden ook veel vrouwelijke augusten op. In 1934 kwam Miss Lulu als een van de eerste vrouwelijke clowns bij het circus.

Augusten worden nu meestal ook gewoon "clowns" genoemd. Ze worden bij allerlei gelegenheden ingezet waarbij het doel is om het publiek te vermaken, bijvoorbeeld in het circus, op kinderfeestjes en verjaardagen, in ziekenhuizen en in de Verenigde Staten ook bij rodeo's. Vaak doen augusten of clowns zich daarbij als dom en naïef voor. Zij bespelen soms ook muziekinstrumenten, zoals de Zwitserse clown Grock, die over het algemeen tot de grootste clowns van de twintigste eeuw wordt gerekend.

Zie Cliniclowns voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de zorgsector worden soms ook clowns ingezet, in dit geval speciaal voor het vermaak van kinderen en volwassenen met een ernstige ziekte of een verstandelijke en/of meervoudige beperking. Bekend is in dit verband vooral de van oorsprong Amerikaanse organisatie Cliniclowns, die speciaal getrainde clowns naar ernstig zieke kinderen in ziekenhuizen stuurt om hun verblijf daar wat aangenamer te maken.

Uit Brits onderzoek uit januari 2008 bleek dat kinderen ook angstig of afwijzend kunnen reageren op afbeeldingen van clowns.[5]

Pennywise, de horrorclown uit It

Sommige mensen hebben een onberedeneerde angst voor clowns en aanverwante figuren zoals augusten. Dit verschijnsel heet coulrofobie. Het kan in de hand worden gewerkt door boeken en films waarin clowns een afschrikwekkende rol spelen, zoals de serie Poltergeist (1982) en It, een verhaal uit 1986 van Stephen King en de daarop gebaseerde verfilmingen.

Een fobie voor clowns kan daarnaast samenhangen met de angst voor mensen die maskers dragen, of van wie de gelaatsuitdrukkingen niet goed herkenbaar zijn.[6] Ook kan het witte, star ogende gezicht van een clown associaties met de dood oproepen. Om die reden worden clowns soms in hetzelfde rijtje geschaard als klassieke horrorfiguren zoals vampiers, zombies en weerwolven.[7]

Carl Godlewski als clown in Circus Renz. 1887

In sommige tv-series voor kinderen hebben een of meer clowns de hoofdrol. Bekende Nederlandse series zijn in dit verband vooral die van Bassie en Adriaan en Pipo de Clown.

De Nederlandse stripauteur Jan van der Voo maakte eind jaren 60 een strip Pipo de Clown, gebaseerd op de gelijknamige tv-serie.

In De circusbaron, een Suske en Wiske-verhaal uit 1954 van Willy Vandersteen, heeft Lambik gedurende een deel van het verhaal de rol van clown.

Bekende liederen over een clown (of clowns) zijn:

Vooral sinds de jaren '60 zijn er een aantal bekende popnummers uitgekomen met de clown als centraal thema en in de titel:

In veel van deze liedjes gaat het overigens helemaal niet om de grappige aspecten van clowns, maar wordt de clown juist neergezet als een erg tragische figuur die iets heel ernstigs is overkomen of die iets ergs heeft meegemaakt. In andere gevallen is de clown een metafoor voor iemand die zich bij de neus heeft laten nemen of met zich heeft laten sollen (bijv. in Cathy's Clown).

Bronnen, noten en/of referenties

  1. CLOWN - (GRAPPENMAKER, HANSWORST), etymologiebank.nl
  2. Verney, p. 164-168
  3. Verney, p. 168
  4. Verney, p. 162
  5. Patiëntjes bang voor clowns - ANP/Trouw, 17 januari 2008. Gearchiveerd op 27 januari 2023.
  6. NADER VERKLAARD… COULROFOBIE, Jerre Maas, 26 maart 2011
  7. Een mens zó wit en zó onecht, NRC Handelsblad, 14 oktober 2016. Gearchiveerd op 5 juni 2023.