Bijbel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Bijbel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de Bijbel m

  1. (religie) het heilige boek der christenen
    • De Bijbel bestaat uit het Oude en het Nieuwe Testament.
  2. (onderwijs) school met de Bijbel: een school op christelijke grondslag
    • De protestantse kinderen gingen naar de school met de Bijbel
Hyponiemen
Hebreeuwse Bijbel Statenbijbel armenbijbel belbijbel downloadbijbel familiebijbel groeibijbel handbijbel historiebijbel huwelijksbijbel kanselbijbel kinderbijbel lekenbijbel oorbijbel platenbijbel prentenbijbel rabbijnenbijbel rijmbijbel statenbijbel straatbijbel subsidiebijbel trouwbijbel videobijbel zakbijbel
Afgeleide begrippen
Bijbelboek Bijbelcitaat Bijbelcommissie Bijbelcursus Bijbelexegese Bijbelfiguur Bijbelgenootschap Bijbelgetrouw Bijbelgordel Bijbelinterpretatie Bijbelkenner Bijbelkennis Bijbelkring Bijbelkritiek Bijbelles Bijbellezen Bijbellezing Bijbelmeisje Bijbelpassage Bijbelplaats Bijbels Bijbelschool Bijbelspreuk Bijbelstudie Bijbeltaal Bijbeltekst Bijbeluitlegger Bijbelvast Bijbelverhaal Bijbelvers Bijbelvertaler Bijbelvertaling Bijbelwetenschap Bijbelwoord bijbelblad bijbelhaak bijbelmajoor bijbelneuker bijbelpapier bijbelslot bijbelverklaring bijbelwetenschapper
Verwante begrippen

[1] boeken in de christelijke Bijbel

Vertalingen

1. (de heilige tekst van) het heilige boek der christenen

Frans: Bible (fr) v

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "Bijbel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bijbel op website: Etymologiebank.nl