gezicht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

1= hoofd, 2= gezicht, 3= hals, 4= schouder, 5= borst, 6= buik, 7= heup, 8= onderbuik, 9= penis, 10= dijbeen, 11= knie, 12= been, 13= enkel, 14= voet, 15= bovenarm, 16= elleboog, 17= onderarm, 18= pols, 19= hand

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gezicht gezichten
verkleinwoord gezichtje gezichtjes

Zelfstandig naamwoord

het gezicht o

  1. (anatomie) de voorkant van een menselijk hoofd
    • De neus, de mond en de ogen zijn delen van het gezicht.
      Marie-Claire Ik trek de badkamerdeur open en kijk in het gezicht van Giorgos, die met smalende blik en met een handdoek om zijn middel op de toiletpot zit. 'Is de kust veilig?' 'Wat was je aan het doen, joh? Lauren had het bijna door!' 'Wc doortrekken en tandenpoetsen,' is zijn eerlijke antwoord.[3]
      Hij leek een permanente glimlach te hebben onder zijn borstelige snor en was hier in de wildernis duidelijk in zijn element. Na het filteren van een paar liter water deed ik mijn rugzak weer om en liep met een grote grijns op mijn gezicht door; wat een figuur.[4]
    1. als pars pro toto: een persoon
      Er waren veel bekende gezichten en ik was vooral verheugd om Savage weer te zien, de jongen die mij had omgedoopt tot Van Go.[4]
  2. (metonymisch) het vermogen om te kunnen te zien
    • Zijn gezicht ging achteruit en daarom moest hij een bril gaan dragen.
  3. (metonymisch) datgene wat men ziet, bijv. een landschap
    • Van op die bergtop zie je een mooi gezicht.
  4. (figuurlijk) uiterlijk kenmerk
    CDA-leider Bontenbal is verdrietig over de dood van paus Franciscus. "Deze paus gaf de Katholieke Kerk een menselijk gezicht."[5]
    Vanaf 1971 was hij elf jaar landelijk politicus, waarvan negen jaar als leider van D66. Als het vleesgeworden redelijk alternatief gaf hij de partij na het vertrek van de flamboyante oprichter Hans van Mierlo een nieuw gezicht.[6]
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Erg ontevreden kijken

Stoett-1337 [7]

Een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan iemand die nors is

Stoett-734 [8]

De ander aankijken, in de ogen kijken

Een mening openlijk aan een aanwezige meedelen

Zonder blijk te geven van enige emotie

Blind worden

Helderziend zijn, voor anderen verborgen beelden kunnen zien

Vluchtig bezien, oppervlakkig bekeken

Dat is een onaangenaam of lelijk tafereel

Dat ziet er mooi uit

Met het oog waarneembaar worden

Vertalingen

1. de voorkant van een menselijk hoofd

3. dat wat men ziet, een landschap

Werkwoord

gezicht

  1. voltooid deelwoord van zichten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "gezicht" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. gezicht op website: Etymologiebank.nl

  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  4. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 21 april 2025 Weblink bron “Bedroefde reacties op dood van paus: 'Miljoenen mensen geïnspireerd'” (21 april 2025), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2025 Weblink bron
    Dik Verkuil
    “Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS
  7. www.dbnl.org
  8. www.dbnl.org
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be