gierig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gierig gieriger gierigst
verbogen gierige gierigere gierigste
partitief gierigs gierigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gierig

  1. (psychologie) geen geld of bezit aan een ander willende geven
    • Die gierige man wilde ons niet trakteren op een biertje nadat we hem hadden geholpen.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. geen geld of bezit aan een ander willende geven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. gierig op website: Etymologiebank.nl
  3. "gierig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be