ho - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

ho!

  1. uitroep die iets tot staan wil brengen.
    • "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken.
      Ho, ho dat hadden we niet met elkaar afgesproken…[3]
Uitdrukkingen en gezegden
enkelvoud meervoud
naamwoord ho ho's
verkleinwoord hootje hootjes

Zelfstandig naamwoord

  1. (informeel) (afkorting) afkorting van homoseksueel

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "ho" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. ho op website: Etymologiebank.nl

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

ho o

  1. het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)

Engels

Tussenwerpsel

ho

  1. (scheepvaart) een uitroep om aandacht te verkrijgen.
    «Sail ho
    Hijs de zeilen!
enkelvoud meervoud
ho hoshoes

Zelfstandig naamwoord

ho

  1. hoer, prostituee
    «He even accused her on the air of being a nappy-headed ho
    Hij beschuldigde haar er zelfs in zijn programma van een hoer met vieze haren te zijn.

Noors

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fikk du høre sannheten!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking

Persoonlijk voornaamwoord

ho

  1. (3e persoon enkelvoud nominatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) zij
    «Mor mi sa at ho skulle gjere det.»
    Mijn moeder zei dat ze het zou doen.
  2. (3e persoon enkelvoud accusatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) haar
    «Eg ser ho
    Ik zie haar.
Verwante begrippen
Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
getal / respect pers. genus onderwerp (nominatief) nld. voorwerp (accusatief) nld.
enkelvoud 1e eg ik meg mij
2e du jij deg jou
3e m han hij han ( honom ) hem
v ho zij ho / henne haar
o det het det het
meervoud 1e vi wij oss ons
2e de jullie dykk jullie
3e dei zij dei hen
beleefdheidsvorm 2e De u Dykk u

Tussenwerpsel

ho

  1. een bespottelijke uitroep
    «Ho, ho, der fekk du høyre sanninga!!»
    Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!

Zelfstandig naamwoord

ho v

  1. vrouwtje
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief ho hoa(hoi) hoer hoene
genitief hos hoas(hois) hoers hoenes
Synoniemen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Persoonlijk voornaamwoord

ho

  1. genitief enk van on
  2. genitief enk van ono
  3. accusatief enk van on
  4. accusatief enk van ono
Synoniemen
  1. jej, (dialect)
  2. jej, (dialect)
  3. jej, (dialect)
  4. jej, je, (dialect)

Verwijzingen

Tussenwerpsel

ho

  1. haha; een geluid gemaakt bij het lachen
Synoniemen