ho - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ho
Woordherkomst en -opbouw
Tussenwerpsel
ho!
- uitroep die iets tot staan wil brengen.
- "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken.
▸ Ho, ho dat hadden we niet met elkaar afgesproken…[3]
- "Ho!" riep hij luid, toen hij zag dat de kinderen het pas ingezaaide grasveld over wilden steken.
Uitdrukkingen en gezegden
- boem is ho
ga door totdat je niet verder kunt; let zelf op dat je niet te ver doorgaat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ho | ho's |
| verkleinwoord | hootje | hootjes |
Zelfstandig naamwoord
Gangbaarheid
- Het woord ho staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "ho" herkend door:
| 84 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 58 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ "ho" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ ho op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Catalaans
Persoonlijk voornaamwoord
ho o
- het (lijdend voorwerp, vóór het werkwoord)
Engels
Tussenwerpsel
ho
- (scheepvaart) een uitroep om aandacht te verkrijgen.
«Sail ho!»
Hijs de zeilen!
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| ho | hoshoes |
Zelfstandig naamwoord
ho
- hoer, prostituee
«He even accused her on the air of being a nappy-headed ho.»
Hij beschuldigde haar er zelfs in zijn programma van een hoer met vieze haren te zijn.
Noors
Tussenwerpsel
ho
- een bespottelijke uitroep
«Ho, ho, der fikk du høre sannheten!»
Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- ho
Persoonlijk voornaamwoord
ho
- (3e persoon enkelvoud nominatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) zij
«Mor mi sa at ho skulle gjere det.»
Mijn moeder zei dat ze het zou doen. - (3e persoon enkelvoud accusatief vrouwelijk), (voor vrouwelijke personen en woorden met vrouwelijk genus) haar
«Eg ser ho.»
Ik zie haar.
Verwante begrippen
Nynorske persoonlijke voornaamwoorden
| getal / respect | pers. | genus | onderwerp (nominatief) | nld. | voorwerp (accusatief) | nld. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| enkelvoud | 1e | eg | ik | meg | mij | |
| 2e | du | jij | deg | jou | ||
| 3e | m | han | hij | han ( honom ) | hem | |
| v | ho | zij | ho / henne | haar | ||
| o | det | het | det | het | ||
| meervoud | 1e | vi | wij | oss | ons | |
| 2e | de | jullie | dykk | jullie | ||
| 3e | dei | zij | dei | hen | ||
| beleefdheidsvorm | 2e | De | u | Dykk | u |
Tussenwerpsel
ho
- een bespottelijke uitroep
«Ho, ho, der fekk du høyre sanninga!!»
Ho, ho, daar heb je de waarheid te horen gekregen!
Zelfstandig naamwoord
ho v
Verbuiging
| v | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | ho | hoa(hoi) | hoer | hoene |
| genitief | hos | hoas(hois) | hoers | hoenes |
Synoniemen
Tsjechisch
Uitspraak
- IPA: /ɦɔ/
Woordafbreking
- ho
Persoonlijk voornaamwoord
ho
Synoniemen
Verwijzingen
Tussenwerpsel
ho
- haha; een geluid gemaakt bij het lachen