hok - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hok hokken
verkleinwoord hokje hokjes

Zelfstandig naamwoord

het hok o

  1. een bepaald dierenverblijf
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

grote leesplank, met klikbare woorden

Uitdrukkingen en gezegden

wanneer iedereen rustig blijft, passen veel mensen in dezelfde ruimte

Vertalingen

1. een bepaald dierenverblijf

Werkwoord

vervoeging van
hokken

hok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hokken
    • Ik hok.
  2. gebiedende wijs van hokken
    • Hok!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hokken
    • Hok je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "hok" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. hok op website: Etymologiebank.nl
  3. hok op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

hok

  1. hok