kan - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord kan kannen
verkleinwoord kannetje kannetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de kan v / m

  1. (huishouden) serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken
    • De kan heeft een deksel en is beschilderd in groen en bruin.
    • Een kan met melk.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Spreekwoorden
Vertalingen

1. serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken

[B] enkelvoud meervoud
naamwoord kan kans
verkleinwoord kantje kantjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de kan m

  1. (adel) Mongoolse of Turkse krijgsheer of vorst
    • Hij was ontroerd door het verhaal van de laatste Tataarse kan. [8]
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een Mongoolse of Turkse vorst

Werkwoord

vervoeging van
kunnen

[C] kan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen
    • Ik kan.
  2. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen
    • Kan je?
      In een urinoir kan het ook soms moeilijk zijn om met iemand naast je te plassen. Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was.[9]
      Een andere reden dat antihyperhelium-4 interessant is, zo zegt Stöcker, is dat de omstandigheden in de deeltjesversneller bij het ontstaan ervan de toestand nabootsen waarin het heelal verkeerde toen het slechts een miljoenste van een seconde oud was. Het heelal bestond op dat moment uit een ‘hete soep’ van deeltjes. Het identificeren van de materie- en antimateriedeeltjes die hieruit voortkomen, kan helpen begrijpen hoe we in een heelal terecht zijn gekomen waarin de hoeveelheid materie, inclusief de materie waaruit wijzelf bestaan, de schaarse hoeveelheid antimateriedeeltjes overschaduwt.[10]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[11]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. kan op website: Etymologiebank.nl
  3. "kan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. kan op website: Etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Oudnederlands Woordenboek
  7. Bronlink geraadpleegd op 23 december 2018 Weblink bron “onderste uit de kan”, Nederlands spreekwoordenboek
  8. Thiry, A. Passanten op de Krim (2007) op website: shlama.be; geraadpleegd 2016-04-14

  9. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  10. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron
    Karmela Padavic Callaghan
    “LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist
  11. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Bambara

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. taal

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 24

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 24

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne

Werkwoord

kan

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van kunne

Seimat

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. water

Toki Pona

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Voegwoord

kan

  1. (verouderd) met, samen

Turks

Woordafbreking
enkelvoud meervoud
nominatief kan kanlar
genitief kanın kanların
datief kana kanlara
accusatief kanı kanları
locatief kanda kanlarda
ablatief kandan kanlardan

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. bloed (lichaamsvocht)
  2. (figuurlijk) bloed, bloedverwantschap, familie, geslacht

West-Vlaams

Werkwoord

kan

  1. keunn
    «De klêenste sôorte wordt moa 1 cm grôot en de grotste zêesterre kan 1 m wordn met een oarmlengte van 45 cm.»
    De kleinste soort wordt maar 1 cm groot en de grootste zeester kan 1 m worden met een armlengte van 45 cm.
    «Wien't ni kanne keunn't leern.»
    Men is nooit te oud om te leren.

Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

kan

  1. (reptielen) serpent, slang