kikker - WikiWoordenboek (original) (raw)
[1]: Een kikker
[2]: Een kikker met een touw
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kik·ker
Woordherkomst en -opbouw
- [1]: naamwoord van handeling van kikken ww met het achtervoegsel -er, klanknabootsing van het geluid dat het dier maakt, in de betekenis van ‘kikvorsachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1623 [1] [2]
- [2]: naar de vorm die aan het dier doet denken
- [3]: vermoedelijk door figuurlijk gebruik van brulkikker en gifkikker onder invloed van selfkicker Engels kicker "iemand die door iets in een roes raakt"
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kikker | kikkers |
| verkleinwoord | kikkertje | kikkertjes |
Zelfstandig naamwoord
de kikker m
- (dierkunde) benaming voor amfibieën uit de orde Anura
, gewervelde dieren met vier poten zonder staart
▸ Met mijn opleiding en zelfrespect zou ik er thuis nooit over hebben gepeinsd om wie dan ook koffie te serveren, maar Cynth had gezegd: 'Een blinde, stokdove, hinkende kikker zou dat werk nog kunnen doen, en toch geven ze je die baan niet, Odelle ' Cynth, met wie ik op school had gezeten en naar Engeland was vertrokken, was verliefd geworden op twee dingen: schoenen en haar verloofde Samuel, die ze in onze kerk vlak bij Clapham High Street had leren kennen.[3]
▸ Op school lieten ze ons films zien over het leven in Engeland - schokkerige bolhoeden en bussen op de witgekalkte wand - terwijl we buiten alleen maar kikkers hoorden kwaken.[3]- Een pad is een kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid.
- (scheepvaart), (molenaarsambacht) dubbele haak ter bevestiging van een touw
- (figuurlijk) als tweede deel samenstelling: iemand die ergens sterk door wordt gekenmerkt
Synoniemen
- [1]: (schrijftaal, Oost-Brabants, Noord-Limburgs, Zuid-Gelders) kikvors
Verwante begrippen
- [1] dikkopje
- [1] kikkervisje
Hyponiemen
- zie de categorie: Kikkers in het Nederlands
Afgeleide begrippen
- kikkerbad, kikkerbeet, kikkerbil, kikkerbloed, kikkerdril, kikkererwt, kikkerland, kikkerperspectief, kikkerproef, kikkerrit, kikkervisje
Vertalingen
1. benaming voor amfibieën uit de orde Anura
| Afrikaans: padda (af), kikker (af) (zeldzaam), kikvors (af) (zeldzaam) Boeginees: ᨈᨘᨄ Bosnisch: žaba (bs) v Cornisch: kwilkyn (kw) m Deens: frø (da) g Duits: Frosch (de) m Engels: frog (en) Esperanto: rano (eo) Faeröers: froskur (fo) m Fins: sammakko (fi) Frans: grenouille (fr) v Fries: froask (fy) Grieks: βάτραχος (el) m Ido: rano (io) IJslands: froskur (is) m Italiaans: rana (it) v Kroatisch: žaba (hr) v | Lets: varde (lv) v Limburgs: (westelijk) kwakvors (li), (oostelijk) kwakkerd (li), vrósj (li) Litouws: varlė (lt) Luxemburgs: Fräsch (lb) Nederduits: Pogg (nds), Padd (nds), Höpper (nds), Hoppetuuts (nds) Noors: frosk (no) m Oudnoords: frauðr m, frauki m, froskr m, padda v Pools: żaba (pl) v Portugees: rã (pt) v Sloveens: žaba (sl) v Spaans: rana (es) v Turks: kurbağa (tr) Welsh: broga (cy) m, llyffant (cy) m West-Vlaams: puut (vls) Zweeds: groda (sv) g |
|---|
2. een dubbele haak ter bevestiging van een touw
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| kikkeren |
kikker
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kikkeren
- Ik kikker.
- gebiedende wijs van kikkeren
- Kikker!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kikkeren
- Kikker je?
Gangbaarheid
- Het woord kikker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kikker" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ kikker op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "kikker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kikker | kikkers |
Zelfstandig naamwoord
kikker
Synoniemen
Noors
Woordafbreking
- kik·ker
| Naar frequentie | 4716 |
|---|
- bekritiseren, klagen
Werkwoord
kikker
- tegenwoordige tijd van kikke
- vluchtig kijken
Werkwoord
kikker
- tegenwoordige tijd van kikke