kikker - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1]: Een kikker

[2]: Een kikker met een touw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kikker kikkers
verkleinwoord kikkertje kikkertjes

Zelfstandig naamwoord

de kikker m

  1. (dierkunde) benaming voor amfibieën uit de orde Anura op Wikispecies, gewervelde dieren met vier poten zonder staart
    Met mijn opleiding en zelfrespect zou ik er thuis nooit over hebben gepeinsd om wie dan ook koffie te serveren, maar Cynth had gezegd: 'Een blinde, stokdove, hinkende kikker zou dat werk nog kunnen doen, en toch geven ze je die baan niet, Odelle ' Cynth, met wie ik op school had gezeten en naar Engeland was vertrokken, was verliefd geworden op twee dingen: schoenen en haar verloofde Samuel, die ze in onze kerk vlak bij Clapham High Street had leren kennen.[3]
    Op school lieten ze ons films zien over het leven in Engeland - schokkerige bolhoeden en bussen op de witgekalkte wand - terwijl we buiten alleen maar kikkers hoorden kwaken.[3]
    • Een pad is een kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid.
  2. (scheepvaart), (molenaarsambacht) dubbele haak ter bevestiging van een touw
  3. (figuurlijk) als tweede deel samenstelling: iemand die ergens sterk door wordt gekenmerkt
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. benaming voor amfibieën uit de orde Anura

Afrikaans: padda (af), kikker (af) (zeldzaam), kikvors (af) (zeldzaam) Boeginees: ᨈᨘᨄ Bosnisch: žaba (bs) v Cornisch: kwilkyn (kw) m Deens: frø (da) g Duits: Frosch (de) m Engels: frog (en) Esperanto: rano (eo) Faeröers: froskur (fo) m Fins: sammakko (fi) Frans: grenouille (fr) v Fries: froask (fy) Grieks: βάτραχος (el) m Ido: rano (io) IJslands: froskur (is) m Italiaans: rana (it) v Kroatisch: žaba (hr) v Lets: varde (lv) v Limburgs: (westelijk) kwakvors (li), (oostelijk) kwakkerd (li), vrósj (li) Litouws: varlė (lt) Luxemburgs: Fräsch (lb) Nederduits: Pogg (nds), Padd (nds), Höpper (nds), Hoppetuuts (nds) Noors: frosk (no) m Oudnoords: frauðr m, frauki m, froskr m, padda v Pools: żaba (pl) v Portugees: (pt) v Sloveens: žaba (sl) v Spaans: rana (es) v Turks: kurbağa (tr) Welsh: broga (cy) m, llyffant (cy) m West-Vlaams: puut (vls) Zweeds: groda (sv) g

2. een dubbele haak ter bevestiging van een touw

Werkwoord

vervoeging van
kikkeren

kikker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kikkeren
    • Ik kikker.
  2. gebiedende wijs van kikkeren
    • Kikker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kikkeren
    • Kikker je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. kikker op website: Etymologiebank.nl
  2. "kikker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kikker kikkers

Zelfstandig naamwoord

kikker

  1. (kikkers) (zeldzaam) kikker
Synoniemen

Noors

Woordafbreking
Naar frequentie 4716
  1. bekritiseren, klagen

Werkwoord

kikker

  1. tegenwoordige tijd van kikke
  2. vluchtig kijken

Werkwoord

kikker

  1. tegenwoordige tijd van kikke
Schrijfwijzen