krassen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

de krassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kras

Werkwoord

krassen

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
krassen kraste gekrast
zwak -t volledig
  1. strepen of inkervingen maken
    • De kleuter kraste maar wat met haar potlood in het schrift en de ouders dachten dat het mooie figuren waren.
      De jongen naast me deed zijn koplamp aan waardoor de in de muur gekraste namen zichtbaar werden: hier waren al eerder mensen gestrand.[2]
  2. een raspend geluid maken
    • Het kraai krast, je kunt dat geluid echt niet zingen noemen.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "krassen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be