mest - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mest
Woordherkomst en -opbouw
- van Middelnederlands mest / mesc / mes, in de betekenis van ‘uitwerpselen’ aangetroffen vanaf 1240 [1] [2] [3]
Verwante vormen zijn Oudsaksisch mist, Oudhoogduits mist (Duits Mist), Gotisch 𐌼𐌰𐌹𐌷𐍃𐍄𐌿𐍃 (maihstus) ‘mest’, die alle teruggaan op Proto-Germaans *mihstu-. Deze formatie is afgeleid van het werkwoord *meigan "urineren" (vgl. verouderde Nederlands mijgen, miegen), uiteindelijk terug te voeren op Proto-Indoeuropees ¤H3meiǵh- "urineren"
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| naamwoord | mest |
| verkleinwoord |
de mest m
- uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| mesten |
mest
Gangbaarheid
- Het woord mest staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mest" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ mest op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "mest" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Deens
Uitspraak
Woordafbreking
- mest
| Naar frequentie | 473 |
|---|
Bijvoeglijk naamwoord
- onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van megen
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- mest
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord mestr
| Naar frequentie | 548 |
|---|
| stellend | vergrotend | overtreffend | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald(sterk) | m/v enkelvoud | mye | mer | mest |
| o enkelvoud | mye | |||
| meervoud | mye | |||
| bepaald(zwak) | enkelvoud enmeervoud | mye | mer | meste |
Bijvoeglijk naamwoord
mest
- meest
«Hvem fikk mest fisk?»
Wie kreeg de meeste vis?
Opmerkingen
- In het Noors wordt mest meestal gebruikt om de overtreffende trap te formen.
«Hun er mest selvstendig av søsknene.»
Ze is de meest onafhankelijke van hun broers en zussen.
Bijvoeglijk naamwoord
- onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van mye
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| mye | mer | mest |
Bijwoord
mest
- meestal
«Jeg spiller mest basstuba.»
Ik speel meestal bastuba.
Bijwoord
mest
- overtreffende trap van mye
Typische woordcombinaties
- [1]: mest mulig
zo veel mogelijk
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- mest
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord mestr
- onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van mykje
| stellend | vergrotend | overtreffend | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald(sterk) | m/v enkelvoud | mye | meir | mest |
| o enkelvoud | mye | |||
| meervoud | mye | |||
| bepaald(zwak) | enkelvoud enmeervoud | mye | meir | meste |
Bijvoeglijk naamwoord
mest
- meest
«Hvem fikk mest fisk?»
Wie kreeg de meeste vis?
Opmerkingen
- In het Nynorsk wordt mest meestal gebruikt om de overtreffende trap te formen.
«Eg tener mest pengar.»
Ik verdien het meeste geld.
Bijvoeglijk naamwoord
- onbepaalde vorm enkelvoud en meervoud van de overtreffende trap van mye
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| mye | meir | mest |
Bijwoord
mest
- meestal
«Eg speler mest basstuba.»
Ik speel meestal bastuba.
Bijwoord
mest
- overtreffende trap van mye
Bijwoord
mest
- overtreffende trap van mykje