mist - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mist misten
verkleinwoord mistje mistjes

Zelfstandig naamwoord

de mist m

  1. (meteorologie) laaghangende bewolking die het zicht belemmert
    • Loopt het zicht verder terug dan 1 km, dan spreekt men van mist.
      Alleen trok de mist rondom mij maar niet op.[3]
      'Dat zware fluweel heb je nodig om de mist van de gracht buiten te houden,' merkt Maren op.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

1. laaghangende bewolking die het zicht belemmert

Werkwoord

vervoeging van
missen

mist

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van missen
    • Jij mist.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van missen
    • Hij mist.
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van missen
    • Mist!
      Je mist me niet, Olive.[5]
vervoeging van
misten

mist

  1. onpersoonlijke tegenwoordige tijd van misten
vervoeging van
misten

mist

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van misten
  2. gebiedende wijs van misten

Bijvoeglijk naamwoord

mist

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van mis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "mist" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. mist op website: Etymologiebank.nl

  3. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471

  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526

  5. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Noors

Woordafbreking
Naar frequentie 4497

Werkwoord

mist

  1. voltooid deelwoord van misse

Zelfstandig naamwoord

mist

  1. verouderde spelling of vorm van miss tot 2005

(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van miss, m

Nynorsk

Woordafbreking

Werkwoord

mist

  1. voltooid deelwoord van missa

Werkwoord

mist

  1. voltooid deelwoord van misse

Werkwoord

mist

  1. voltooid deelwoord van mista
Schrijfwijzen

mist

  1. gebiedende wijs van mista

Werkwoord

mist

  1. voltooid deelwoord van miste
Schrijfwijzen

mist

  1. gebiedende wijs van miste