nier - WikiWoordenboek (original) (raw)
Schematische voorstelling van de nier: 1. Renale piramide, 2. arteriole, 3. nierslagader, 4. nierader, 5. renale hylum, 6. nierbekken, 7. ureter, 8. minor calyx 9. niercapsule, 10. onderste niercapsule, 11. bovenste niercapsule, 12. vena interlobularis, 13. nefronen, 14. kleine nierkelk, 15. grote nierkelk, 16. niermerg, 17. renale kolom.
2. Gebraden stukjes nier van een lam.
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- nier
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord via Middelnederlands niere van Oudnederlands nieri, eind 13e eeuw aangetroffen als eerste deel in de samenstelling nieribeddi en in de betekenis van ‘een orgaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nier | nieren |
| verkleinwoord | niertje | niertjes |
Zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine
▸ De meeste mensen bezitten twee nieren en kunnen er daarvan één missen. Zelfs als reserveonderdeel is die extra nier niet nodig.[4] - (voeding) gerecht bereid uit dierlijke organen die het bloed zuiveren
▸ Als Joyces Leopold Bloom, terug van de slager, een nier bakt en in de werveling van geuren staat, sist de nier in de pan, stijgen de aroma’s om hem op (…)[5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine.
Gangbaarheid
- Het woord nier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "nier" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 98 % | van de Vlamingen.[6] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Oudnederlands Woordenboek
- ↑ "nier" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron
Romy van der Poel
“Hier met die nier” (15 november 2014) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron
Marcel Möring
“Marcel Möring: ‘De roman is een hoer geworden, een papieren tijger’” (9 juli 2012) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Frans
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- via Oudfrans nier geërfd van Latijn negāre "ontkennen", de beginlettergriep ni- heeft het gehaald van de vorm ney- om verwarring met noyer "verdrinken" te voorkomen [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| nier | niais | nié |
| eerste groep | volledig |
Werkwoord
nier
- ontkennen; (ver)loochenen.