niveau - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord niveau niveaus
verkleinwoord niveautje niveautjes

Zelfstandig naamwoord

het niveau o

  1. rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, plaats in een rangschikking van hoog naar laag; rangschikking van groot naar klein
    Hoog niveau: Voorzitter Bob Hoogendoorn van het Koninklijk Nederlands Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG) valt hem bij. "Er is echt geen werkloze afgestudeerde op dit moment. Er is enorm veel vraag naar." Bovendien is de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek aan de VU van wereldniveau, benadrukt hij. Niet goedkoop weliswaar, mede door het veldwerk, maar wel erg goed.[4]
    'Duurzame mijlpaal': De rechter oordeelt dat de gemeente bevoegd is om zo'n verbod op te leggen en vindt de argumenten van Den Haag voldoende onderbouwd. Dat de bijdrage van het verbod op landelijk en wereldwijd niveau "gering is", doet daar niet aan af, aldus de rechter.[5]
  2. afstand van een horizontaal vlak ten opzichte van een referentievlak of lijn tot een referentiepunt
    Ze willen onder meer dat er een eind komt aan de groei van Schiphol, waar het vliegverkeer na de coronadip al weer flink aantrekt. De verwachting is dat het rond 2024 weer op het oude niveau is.[6]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

1. de rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, enzovoort

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. "niveau" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. niveau op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS
  6. Bronlink geraadpleegd op 13 mei 2022 Weblink bron
    Judith van de Hulsbeek
    “Omwonenden: Schiphol kan 100 bestemmingen missen” (14 mei 2022), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2020 Weblink bron “Buro / bureau, nivo / niveau, kado / cadeau” op taaladvies.net
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
niveau le niveau niveaux les niveaus

Zelfstandig naamwoord

niveau m

  1. niveau
  2. verdieping, etage
  3. graad