opschalen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

opschalen

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
opschalen schaalde op opgeschaald
zwak -d volledig
  1. zeer sterk in omvang laten toenemen
    • Het Maasstad ziekenhuis in Rotterdam houdt vooralsnog vast aan de normale bezetting. ,,Maar als het nodig is, kunnen we opschalen." In de ziekenhuizen zelf leidt de hitte niet tot veel aanpassingen. ,,Het hele jaar door moet het koel zijn en moeten patiënten genoeg drinken. Wat dat betreft is het nu niet veel anders dan normaal." [1]
    • Voor DouxMatok ligt de focus nu vooral op het opschalen van de productie. Het is de bedoeling dat het bedrijf in de tweede helft van 2019 het product kan aanbieden aan Europese voedingsproducenten van zoetwaren als chocolade, koekjes, gebak en snoep. [2]
    • Opschalen - ,,Het opschalen van vitaliteit op de werkvloer is een van onze prio’s.” [3]
    • De brandweer rukte met twee eenheden uit, circa 18 man. Al snel was duidelijk, volgens woordvoerder Loes Hilbrink, dat verder opschalen niet nodig was en dat het niet opnieuw zo zou escaleren. [4]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Sander van Mersbergen 24-07-18 Ziekenhuizen voorbereid op meer opnames door hitte
  2. Tubantia Aiko van Hooijdonk 20-08-18, Bedrijf belooft: 40 procent minder suiker zonder dat je het proeft
  3. Tubantia Sofie Smulders 20-08-18 Dit zijn de 77 kantoortermen die je nooit meer wilt horen
  4. Tubantia Lucien Baard 12-09-18 Net geplaatste warmtecamera ontdekte broeibrand Twence
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be