plicht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plicht plichten
verkleinwoord plichtje plichtjes

Zelfstandig naamwoord

de plicht v / m [3]

  1. een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen, iets wat je moet doen
    • Het is ieders plicht om voor je naaste te zorgen.
      Net zoals het onmogelijk was geweest zijn plicht te verzaken als spoorwegbouwer op de Hardangervidda om te proberen rijk te worden.[4]
      Daarmee vond hij dat hij aan zijn plicht had voldaan en hij wrong zich door het gedrang om terug te keren naar het wachtende bureau thuis.[5]
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Hyponiemen
aangifteplicht aanlandplicht aanvaardingsplicht acceptatieplicht adviesplicht afschermplicht aftelstoplicht alimentatieplicht ambtsplicht arbeidsplicht belastingplicht beroepsplicht betalingsplicht bevriezingsplicht bewaarplicht bewijsplicht bijscholingsplicht broederplicht btw-plicht burenplicht burgerdienstplicht burgerplicht christenplicht communicatieplicht compensatieplicht condoomplicht contracteerplicht dienstplicht diplomaplicht discretieplicht draagplicht educatieplicht ereplicht factuurplicht fietshelmplicht gedoogplicht geheimhoudingsplicht gehoorzaamheidsplicht geloofsplicht godsdienstplicht gordelplicht groetplicht helmplicht herzieningsplicht huwelijksplicht identificatieplicht inburgeringsplicht informatieplicht inhoudingsplicht kentekenplicht kerkplicht kiesplicht kinderplicht klikplicht kwalificatieplicht leer-werkplicht leerplicht legitimatieplicht leveringsplicht loodsplicht mededelingsplicht meldingsplicht meldplicht militieplicht moederplicht mondkapjesplicht motiveringsplicht niet-verplicht notificatieplicht onderhoudplicht onderhoudsplicht onderwijsdienstplicht onderzoekplicht onderzoeksplicht onverplicht openbaarmakingsplicht ophokplicht opkomstplicht ouderplicht paasplicht pensioenplicht premieplicht publicatieplicht rapportageplicht rechtsplicht registratieplicht regresplicht ruimingsplicht schoolplicht sollicitatieplicht speelplicht stelplicht stempelplicht stemplicht strafdienstplicht terugnameplicht tiendplicht toonplicht vaccinatieplicht vaderplicht veilplicht verantwoordingsplicht vergewisplicht vergunningplicht vergunningsplicht verhaalplicht verhaalsplicht verhuisplicht verschijningsplicht verzekeringsplicht verzorgingsplicht visumplicht vormingsplicht vredesplicht weerplicht werk-leerplicht werkplicht wisselplicht zondagsplicht zorgplicht zorgvuldigheidsplicht zwijgplicht
Afgeleide begrippen
aangifteplichtig garfplichtig plechtig plichtbesef plichtbetrachting plichtbewust plichtelijk plichtenleer plichtfobie plichtgetrouw plichtgevoel plichtig plichtmatig plichtmatigheid plichtpleging plichtsbesef plichtsbetrachting plichtsbewust plichtsbewustzijn plichtsgetrouw plichtsgevoel plichtshalve plichtstuk plichtsvervulling plichtsverzaker plichtsverzuim plichtvervulling plichtverzaker plichtverzuim premieplichtig rekenplichtig schadeplichtig schatplichtig schuldplichtig verplichten
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "plicht" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. plicht op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  4. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691

  5. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044633535
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be