quatsch - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord quatsch -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de quatsch m

  1. (informeel) onzin
    • Wat een quatsch, zeg!
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. onzin

Duits: Quatsch (de) m Engels: baloney (en), bullshit (en), nonsense (en), rubbish (en) Frans: sottises (fr) v Noors: vrøvl (no) o Nynorsk: vrøvl (nn) o

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "quatsch" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be