schelf - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schelf schelven
verkleinwoord schelfje schelfjes

Zelfstandig naamwoord

de schelf v / m [5] [6] [7]

  1. (landbouw) opgestapelde hoop (hooi, stro, vlas...)
  2. (verouderd) riet
  3. overdrachtelijk, het gebouw of de zolder waar het hooi, stro of vlas werd bewaard
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. "schelf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. schelf op website: Etymologiebank.nl
  3. schelf op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  7. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be