schuin - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] De boeken staan schuin.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schuin schuiner schuinst
verbogen schuine schuinere schuinste
partitief schuins schuiners -

Bijvoeglijk naamwoord

schuin

  1. in een niet-loodrechte richting
    • Hij sneed de worst in schuine richting in stukken.
      'Wel wat anders dan de vorige,' zei hij met een schuin hoofd.[3]
      Een grote rij schuin naar voren staande tanden wordt zichtbaar wanneer hij lacht.[4]
  2. betrekking hebbend op seks
    • Hij zat weer schuine moppen te tappen.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. betrekking hebbend op seks

Werkwoord

vervoeging van
schuinen

schuin

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuinen
    • Ik schuin.
  2. gebiedende wijs van schuinen
    • Schuin!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuinen
    • Schuin je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "schuin" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. schuin op website: Etymologiebank.nl

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be