sjokken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
sjokken sjokte gesjokt
zwak -t volledig

Werkwoord

sjokken

  1. inergatief langzaam en vermoeid of lusteloos lopen
    • Op het laatst werd er meer gesjokt dan gewandeld.
  2. ergatief langzaam en vermoeid of lusteloos ergens heen lopen
    • Hij was in mineurstemming naar huis gesjokt.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "sjokken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be