sneu - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sneu sneuer sneust
verbogen sneue sneuere sneuste
partitief sneus sneuers -

Bijvoeglijk naamwoord

sneu [2]

  1. meelijwekkend, bedroevend, zielig, jammerlijk
    • Rond hem hangt de geur van mislukking. En wat hij ook probeert, van dat sneue imago komt hij niet af. [3]
    • Wat een sneue bedoening.
enkelvoud meervoud
naamwoord sneu sneuen
verkleinwoord sneutje sneutjes

Zelfstandig naamwoord

de sneu v / m [4] [5]

  1. snoertje aan een beuglijn

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. 1 2 "sneu" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Trouw, 06/10/11
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be