spijker - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een spijker.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spijker spijkers
verkleinwoord spijkertje spijkertjes

Zelfstandig naamwoord

de spijker m

  1. m (techniek) metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden [3]
    • Hij is erg onhandig; hij kan nog geen spijker in een stuk hout slaan!
  2. o opslagplaats voor graan
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

1. metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden

2. (uitdrukking) ± De spijker op de kop slaan.

3. (uitdrukking) ± Spijkers met koppen slaan.

4. (uitdrukking) ± Spijkers op laag water zoeken.

Werkwoord

vervoeging van
spijkeren

spijker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
    • Ik spijker.
  2. gebiedende wijs van spijkeren
    • Spijker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
    • Spijker je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "spijker" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. spijker op website: Etymologiebank.nl
  3. spijker op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be