stellen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
stellen stelde gesteld
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
stellen stellend
gestel gesteld
stelling
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stellen

  1. overgankelijk doen staan, in een bepaalde positie brengen
    • Hij stelde het mechaniek in werking.
  2. overgankelijk beweren, verklaren
    • In zijn betoog stelde de advocaat dat de verdachte onschuldig was.
  3. als gegeven, vaststaand feit aannemen
    Stel je ligt al even op het strand te zweten en je wil een verfrissende duik nemen.[2]
  4. overgankelijk (scheikunde) de sterkte van een oplossing middels titratie nader bepalen
    • De loogoplossing werd op kaliumwaterstofftalaat gesteld.
  5. wederkerend zich ~ zich beschikbaar maken
    • Hij stelde zich kandidaat voor het presidentschap.
  6. het uitspreken van iets
    'De kranten maken het erger dan het is - maar ze stellen nooit de vraag waarom er eigenlijk geplunderd wordt.[3]
  7. genoegen nemen met
    • Tijdens de vakantie moest het gezin het zonder internet stellen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Bekendmaken wat niet in orde is

Zich buitengewoon beijveren

Iemand iets opdragen te doen

Dwingende verwachtingen opleggen aan

Het beter doen dan een ander, iemand overtreffen

Een groot risico nemen

De mogelijkheid geven om iets te doen

Iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan

Onmiddellijk vertrekken/gaan

Duidelijke en strikte grenzen ten aanzien van iets aangeven; ergens een eind aan maken

Laten we het (hypothetische) geval in beschouwing nemen dat ...

Verklaren dat men bereid is iets te doen

Een sterk voornemen hebben iets te bereiken

Actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam

Vragen om informatie

‘Wat vindt je vrouw ervan dat je zo lang weg bent?’ Deze vraag werd mij veelvuldig gesteld, zowel van tevoren als bij terugkomst. [4]

Spreekwoorden

er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet

Vertalingen

eisen stellen aan iemand

zich beschikbaar stellen

zich iets ten doel stellen

Zelfstandig naamwoord

de stellen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stel

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "stellen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink Weblink bron “Dit moet je weten over een mui, een plek die je de zee in kan sleuren”, NOS-stories

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden tijd voltooid deelwoord
stellen stellte gestellt
zwak volledig onscheidbaar

Werkwoord

stellen

  1. stellen; doen staan

Luxemburgs

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stellen

  1. stellen; doen staan

Middelnederduits

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stellen

  1. stellen
Overerving en ontlening

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

stellen

  1. stellen; plaatsen, zetten
  2. stellen; verhalen, beschrijven
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Verwijzingen