student - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord student studenten
verkleinwoord studentje studentjes

Zelfstandig naamwoord

de student m

  1. (persoon) (onderwijs) iemand die hoger onderwijs volgt
    • De universiteit met al haar medewerkers, studenten en onderzoekers vormt een academische gemeenschap.
    • Aan de geslaagde student wordt een getuigschrift uitgereikt en een lijst met de door hem behaalde resultaten uit het tweede, derde en vierde jaar.
      Tentamenweek of niet, studenten, promovendi en andere medewerkers van de afdeling Aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam voeren vandaag actie. Ze proberen het voorgenomen besluit om hun studie en banen weg te bezuinigen tegen te houden. En niet alleen zij maken zich zorgen: ook het werkveld luidt de noodklok. Een petitie tegen het plan is al meer dan 8000 keer getekend.[2]
      Genie, de student uit Australië, Jetfighter, de vagebond uit Amerika, en Van Go, de burgerman uit Nederland.[3]
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. iemand die hoger onderwijs volgt

de geslaagde student

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "student" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord student studente
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

student

  1. (onderwijs) student

Meer informatie

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
student students

Zelfstandig naamwoord

student

  1. (onderwijs) student

Nedersorbisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

student m

  1. (onderwijs) student
Afgeleide begrippen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 6141

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ----------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | student | studenten | studenter | studentene | | genitief | students | studentens | studenters | studentenes |

Zelfstandig naamwoord

student m

  1. (onderwijs) student (mannelijke vorm)
    «Den rødgrønne regjeringen har sviktet alle landets studenter
    De rood-groene regering heeft alle studenten van het land in de steek gelaten.
  2. (onderwijs) studente (vrouwelijke vorm)
Afkorting
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | student | studenten | studentar | studentane |

Zelfstandig naamwoord

student m

  1. (onderwijs) student (mannelijke vorm)
    «Rundt 50.000 studentar blokkerer store delar av sentrum av den italienske hovudstaden Roma i protest mot store kutt i utdanningssektoren.»
    Ongeveer 50.000 studenten blokkeren grote delen van het centrum van de Italiaanse hoofdstad Rome uit protest tegen de grote bezuinigingen in het onderwijs.
  2. (onderwijs) studente (vrouwelijke vorm)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Afkorting

Oppersorbisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

student m

  1. (onderwijs) student
Afgeleide begrippen

Pools

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

student m

  1. (onderwijs) student
Afgeleide begrippen

Schots

Zelfstandig naamwoord

student

  1. (onderwijs) student

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

student mbezield

  1. (onderwijs) student; iemand die middelbaar of hoger onderwijs studeert
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief student studenti
genitief studenta studentů
datief korte vorm studentu studentům
lange vorm studentovi
accusatief studenta studenty
vocatief studente studenti
locatief korte vorm studentu studentech
lange vorm studentovi
instrumentalis studentem studenty
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
nestudent mbezield rychlostudent mbezield studentek / studentík mbezield studentka v studentský studentstvo o studentův
Verwante begrippen
nestudentka v nestudentský studentíček / študentíček mbezield studentství o studie v studijně (bw.) studijní studium / študium o studování o studovaný studovat imperfectief studovna v študentek / študentík mbezield študentka v študentský študentstvo o všestudentský žák mbezield

Verwijzingen

Meer informatie

Zweeds

Zelfstandig naamwoord

sudents enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief student studenten studenter studenterna
genitief sudents studentens studenters studenternas
  1. (onderwijs) student