substantief - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord substantief substantieven
verkleinwoord substantiefje substantiefjes

Zelfstandig naamwoord

het substantief o

  1. zelfstandig naamwoord
    • De Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) verkiest de term substantief boven "zelfstandig naamwoord".
Vertalingen
stellend
onverbogen substantief
verbogen substantieve
partitief substantiefs

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

substantief

  1. zelfstandig, een substantie zijnde
  2. (taalkunde) zelfstandig, als een substantief
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "substantief" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. substantief op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be