teren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
teren teerde geteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

teren

  1. overgankelijk met teer besmeren
    • De schipper heeft de sloep geteerd.
  2. in zijn levensonderhoud voorzien
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

teerder, tering

Uitdrukkingen en gezegden

leven van gespaard geld

Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "teren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. teren op website: Etymologiebank.nl
  3. teren op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be