werken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
werken werkte gewerkt
zwak -t volledig 1.-3.
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
werken wrocht gewrocht
zwak -cht volledig 4.

Werkwoord

werken

  1. inergatief arbeid verrichten, lichte vorm van zwoegen en daarmee een resultaat proberen te bewerkstelligen en geld verdienen
    • ` Misschien moet je eens gaan werken', riep hij me na. De trein reed te snel weg om hem iets ad rems toe te schreeuwen. Van Arnhem tot Parijs spookte zijn opmerking door mijn hoofd. Ik wenste dat Stan op zijn bed was blijven liggen of was gaan werken. [4]
      Toch voelde het voor mij niet als een eeuwigheid, wat zijn immers zes maanden op een mensenleven? Na twintig jaar hard werken in glimmende kantoorgebouwen had ik behoefte aan meer natuur en avontuur.[5]
      Omdat daar geen bruggenbouw mogelijk was geweest in de wintertijd. Dan moest je je uitsluitend bezighouden met het werken aan de tunnels.[6]
  2. inergatief functioneren, draaien
    • Die machine werkt niet.
  3. inergatief, onpersoonlijk een gunstig gevolg hebben
    • Die oplossing kan nooit werken.
  4. (verouderd) iets groots tot stand brengen
    En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden.[7]
    Gelijk men zegt: ‘Ik zoek, ik zocht,
    Ik breng, ik brocht,’
    Zoo zei men ook: ‘Ik werk, ik wrocht,’
    Zoolang het volk zijn taal verstond.
    Thans hoor ik, uit geleerden mond:
    ‘Ik wrocht, ik wrochtte, heb gewrocht’....
    Nu ja! - een wangedrocht![8]
Opmerkingen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Dat heeft niet het beoogde effect, dat schiet zijn doel voorbij

Ertoe bijdragen dat iets erger wordt

Loon krijgen dat in overeenstemming is met de verrichte hoeveelheid werk (ook: Loon naar werk krijgen)

Nerveus maken, zenuwachtig maken

Werken zo lang iemand kan

De onderstaande uitdrukkingen zijn allemaal varianten op "heel hard werken"

Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. arbeid verrichten, lichte vorm van zwoegen

Zelfstandig naamwoord

de werken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord werk
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. werken (arbeiden) op website: Etymologiebank.nl
  3. "werken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  4. Sandes, David
    De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 109

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  6. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  7. Bronlink geraadpleegd op 23 maart 2021 Weblink bron “Evangelie van Marcus 16:20” op statenvertaling.net

  8. Nicolaas Beets
    Querulianum. in: Nog eens najaarsbladen. Gemengde gedichten, 1880-1884 (1884), A.W. Sijthoff, Leiden, p. 80
  9. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
enkelvoud meervoud
werken wrochtwracht wrochtenwrachten gewrochtgewracht
zwak volledig
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

werken

  1. inergatief werken
  2. overgankelijk verrichten
  3. overgankelijk maken, tot stand brengen

Verwijzingen

  1. Middelnederlandsch Woordenboek
  2. Vroegmiddelnederlands Woordenboek