zee - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

De zee bij zonsondergang.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zee zeeën
verkleinwoord zeetje zeetjes

Zelfstandig naamwoord

de zee v / m

  1. (aardrijkskunde) een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
    • Wij gaan op vakantie naar Griekenland, waar we een hele week aan zee gaan liggen.
      En Olive, die ook niet dieper wilde ingaan op de foute kanten van hun plannetje, wendde haar blik af en keek naar de kolossale lijnschepen die de zee op voeren.[3]
      Heb elkander lief, maar maak van de liefde geen band: laat zij veeleer zijn een golvende zee tussen de kusten van je zielen.[4]
      'En daarna wil ik koffiedrinken in de Calle Larios en langs zee wandelen.[3]
  2. (figuurlijk) overstelpende hoeveelheid, zeer grote massa
    • Toen de kinderen het huis uit waren, had zij opeens een zee van tijd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Dat valt niet weg te praten

Op zee varen

Er vallen meer doden door drankmisbruik dan op zee

Niets is te moeilijk (om een bepaald doel te bereiken)

Degenen die toch al het meeste hebben, krijgen het meeste erbij

Zonder omwegen, direct, zonder smoesjes, kordaat

Toen ik mijn tienjarige zoon vroeg wat hij ervan vond dat ik zo lang weg zou zijn, antwoordde hij: ‘Geen idee, dat weet ik toch pas als je weg bent?’ Grappig vond ik zijn opmerking over het motief van mijn reis: ‘Wat is het nut van je wandeling? Je bereikt en verdient er niks mee.’ Mijn vijftienjarige dochter reageerde net als mijn vrouw pragmatisch en recht door zee. [5]

Zinloos, overbodig werk doen

Met iemand zaken doen

Vertalingen

1. uitgestrektheid zoutwater

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "zee" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Kroonen
    , Guus, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013; blz. 423
  3. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Achterhoeks

Persoonlijk voornaamwoord

zee

  1. zij, ze; 3e persoon enkelvoud vrouwelijk nominatief
Verwante begrippen
ik i'j / iej hee / hi'j / hie, um wi'j, ons i'j / i'jleu

Gronings

Zelfstandig naamwoord

zee

  1. (aardrijkskunde) zee; een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt

Meer informatie

Nedersaksisch

Persoonlijk voornaamwoord

zee

  1. zij, ze; 3e persoon enkelvoud vrouwelijk nominatief
Schrijfwijzen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

zee

  1. (aardrijkskunde) zee; een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Twents

Persoonlijk voornaamwoord

zee

  1. zij, ze; 3e persoon enkelvoud vrouwelijk nominatief
Verwante begrippen
ik iej hee, um ons

Veluws

Persoonlijk voornaamwoord

zee

  1. zij, ze; 3e persoon enkelvoud vrouwelijk nominatief
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
ik, mien ie / jy, joe / oe hee / hij / hy, um heur ut we / wie / wiel / wiele / wule / wulie / wy iele ze / sulie, hun