aam - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

[1]

enkelvoud meervoud
naamwoord aam amen
verkleinwoord aampje aampjes

Zelfstandig naamwoord

het aam o [2]

  1. (eenheid) oude vochtmaat, met name voor wijn
    • In Amsterdam gold: 1 aam = 4 ankers = 64 stopen = 155,223 liter.
  2. (drinken) een vat met ongeveer de inhoud van 1 aam
Vertalingen

1.

Engels: aum (en)

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. aam op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

aam m onbezield

  1. (eenheid) aam
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------- | -------------------------------------------------- | | nominatief | aam | aamy | | genitief | aamu | aamů | | datief | aamu | aamům | | accusatief | aam | aamy | | vocatief | aame | aamy | | locatief | aamu | aamech | | instrumentalis | aamem | aamy |

Hyperoniemen

Verwijzingen

Meer informatie