aandoening - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aandoening aandoeningen
verkleinwoord aandoeninkje aandoeninkjes

Zelfstandig naamwoord

de aandoening v

  1. ziekte van een beperkt gedeelte van het lichaam
    • De oude vrouw had een ernstige aandoening aan haar longen.
      De geur van angst verdween niet, ook niet toen we doodmoe van de reis de Parijse winteravond in strompelden, sterker nog, hij werd alleen maar erger, en toen begon ik iets te bevroeden, hè. Europa, zo dacht ik, voelde alsof je je begaf op de rug van een monsterlijk maar stokoud dier dat, getroffen door een zeldzame aandoening, zijn bewoners op ieder moment een weerzinwekkende catastrofe kon bezorgen door met zijn lijf te schudden.[3]
      Toen mijn aandoening erger werd, heeft ze voor me gezorgd.[4]
  2. ontroering
    • De jongen vrouw moest huilen van aandoening.
  3. is de verzameling van symptomen, syndromen, klinische tekens, ziekten, handicaps en letsels
Verwante begrippen
Hyponiemen
Typische woordcombinaties
Vertalingen

Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "aandoening" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. aandoening op website: Etymologiebank.nl

  3. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125

  4. Victoria Holt
    “Vlucht van de zeven zwaluwen” (1992), Saga, ISBN 9788726484892
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord aandoening aandoenings

Zelfstandig naamwoord

aandoening

  1. aandoening