aanhanger - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

aanhangwagen

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanhanger aanhangers
verkleinwoord aanhangertje aanhangertjes

Zelfstandig naamwoord

de aanhanger m

  1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt
    • Een aanhanger van het communisme, een aanhanger van het CDA.
    • Het parlement werd bestormd door woedende aanhangers van de president.
      Ik groeide op in Dresden als enig kind van ouders die fanatieke aanhangers waren van het sED-gedachtegoed.[1]
      Vanaf dat bedrijventerrein waren de ruim 200 bussen met supporters eerder die avond vertrokken. Go Ahead Eagles had aanhangers al gewaarschuwd dat het "uitstappen in Deventer enige tijd in beslag kan nemen".[2]
  2. (transport) rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen
    Een ongeveer dertig jaar oude Volvo en een tractor met een stapel in plastic verpakte hooibalen op de aanhanger.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt.

2. rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen