aanhanger - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
aanhangwagen
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·han·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanhanger | aanhangers |
| verkleinwoord | aanhangertje | aanhangertjes |
Zelfstandig naamwoord
de aanhanger m
- iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt
- Een aanhanger van het communisme, een aanhanger van het CDA.
- Het parlement werd bestormd door woedende aanhangers van de president.
▸ Ik groeide op in Dresden als enig kind van ouders die fanatieke aanhangers waren van het sED-gedachtegoed.[1]
▸ Vanaf dat bedrijventerrein waren de ruim 200 bussen met supporters eerder die avond vertrokken. Go Ahead Eagles had aanhangers al gewaarschuwd dat het "uitstappen in Deventer enige tijd in beslag kan nemen".[2]
- (transport) rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen
▸ Een ongeveer dertig jaar oude Volvo en een tractor met een stapel in plastic verpakte hooibalen op de aanhanger.[3]
Synoniemen
- [1] fan, supporter, volgeling
- [2] aanhangwagen
Afgeleide begrippen
- [1] aanhang
Verwante begrippen
- [1] adept, discipel, fan, gelovige, lidmaat, medestander, navolger, volgeling, lid, supporter, trawant, volger
- [2] oplegger
Vertalingen
1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt.
2. rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen.
Gangbaarheid
- Het woord aanhanger staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aanhanger" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.