aanklagen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
aanklagen aanklagend
aanklacht aangeklaagd
aanklager
aangeklaagde
Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
aanklagen klaagde aankloeg aan aangeklaagd
klasse 6zwak -dgemengd volledig

Werkwoord

aanklagen

  1. overgankelijk, (juridisch) iemands handelingen bij een gerechtelijke instantie aanhangig maken.
    • De vechtende mannen werden aangeklaagd door de cafébaas van wie het café was vernield.
      wie zou hen moeten aanklagen? Wie behalve de goden heeft het recht deze twee kinderen te verwijten dat het gaat zoals het gaat? Dat ze een liefdespaar worden.[1]
      'Kan ik Chilton laten aanklagen wegens belemmering van de rechtsgang?' vroeg Starling.[2]
Vertalingen

1. iemands handelingen bij een hof aanhangig maken met een officiële beschuldiging

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


  1. Håkan Nesser
    “Het grofmazige net” (2001), De Geus (uitgeverij), ISBN 9789044524048
  2. “De schreeuw van het lam” (1994), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 902451990X
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be