aanname - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanname aannamen, aannames
verkleinwoord aannametje aannametjes

Zelfstandig naamwoord

de aanname v / m

  1. een veronderstelling
    • De aanname bleek onjuist te zijn.
      Nu moest hij constateren dat die aanname onjuist was geweest.[2]
  2. het aannemen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Duits: Annahme (de) v Engels: assumption (en) Frans: assertion (fr) v, supposition (fr) v Maori: whakapae (mi), pūmāramarama (mi) Pools: przypuszczenie (pl) o, założenie (pl) o Spaans: suposición (es) v

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen