aansporing - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aansporing aansporingen
verkleinwoord aansporinkje aansporinkjes

Zelfstandig naamwoord

de aansporing v

  1. aanmoediging tot actie
    • Na een kleine aansporing wilde de meester toch wel beginnen met de uitleg.
      Tv-zender CNN vatte Obama’s woorden op als een aansporing voor jongeren om te blijven protesteren tegen het politiegeweld.[1]
      Om ons minder eenzaam te voelen hebben de meesten van ons niets aan aansporingen om uit te gaan of de zoveelste aanmoediging om de volmaakte geliefde te zoeken.[2]
      Gemor, gelach, aansporingen, misschien zelfs protest.[3]
Vertalingen

1. aanmoediging tot actie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen