aanstoten - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·sto·ten
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van aan vz en stoten ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| aanstoten | stiet aanstootte aan | aangestoten |
| klasse 7zwak -tgemengd | volledig |
Werkwoord
aanstoten [1]
- overgankelijk stoten tegen
▸ Ze bleven maar giechelen en elkaar aanstoten.[2]
▸ Ze wist nauwelijks welk station het was, maar sprong overeind en rende weg, rende het perron op en de trap af, een drukke straat op en daardoorheen, langs het ene en het andere huizenblok, voorbijgangers ontwijkend en aanstotend. - overgankelijk klinken
Afgeleide begrippen
Zelfstandig naamwoord
de aanstoten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aanstoot
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord aanstoten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aanstoten" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 96 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Victoria Holt
“Gevangene van de Pasja” (1989), Saga, ISBN 9788726484915 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be