aantekenen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
aantekenen tekende aan aangetekend
zwak -d volledig

Werkwoord

aantekenen

  1. overgankelijk opschrijven om te onthouden
    • De arts had heel precies aangetekend wanneer hij welke patiënt had gezien met welke klachten.
  2. overgankelijk een nadere opmerking maken
    • Ik wil hierbij aantekenen dat ik het niet eens ben met de gang van zaken.
  3. overgankelijk ondertrouw doen
    • Minimaal 6 weken voor het huwelijk moet je het huwelijk aantekenen, want dan hebben mensen de tijd om bezwaar te maken tegen het voorgenomen huwelijk.
  4. overgankelijk verzenden met recht op schadeloosstelling bij verloren gaan
    • Een belangrijke brief moet je altijd laten aantekenen.
  5. verzet of protest aantekenen
  6. overgankelijk protesteren
  7. appel of hoger beroep aantekenen
    Franzen krijgt haar bouwvergunning, zodat ze de grond aan Gombrowski verkoopt, en natuurbescherming zal geen bezwaar tegen het beoogde windmolenpark aantekenen.[2]
  8. overgankelijk in hoger beroep gaan
    Het formulier waarmee we verzet aantekenen tegen het vonnis.[3]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. opschrijven om te onthouden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen