aanvaring - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvaring aanvaringen
verkleinwoord aanvarinkje aanvarinkjes

Zelfstandig naamwoord

de aanvaring v

  1. (scheepvaart) botsing van een schip met een ander schip of object
  2. (figuurlijk) conflict
    • De leraren hadden vaak een aanvaring met de opstandige student.
    • Pubers behoren vaak aanvaringen te hebben met hun ouders.
      Voor het eerst tijdens deze aanvaring zie ik iets van oprechtheid in haar blik. Ze lijkt echt te willen weten wat ze niet goed heeft gedaan.[1]
  3. in aanvaring komen met: botsen tegen
    Herinneringen aan je jeugd of mijmeringen over een oude vriend konden in aanvaring komen met een acht meter hoge afbeelding van A.I. Steak Sauce.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. “Hoe overleef ik de moderne wereld” (2022), Atlas Contact op Wikipedia, ISBN 9789045045979
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be