aanvullen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·vul·len
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van aan vz en vullen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| aanvullen | vulde aan | aangevuld |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
aanvullen
- overgankelijk het ontbrekende bijvoegen
- Iedere dag moest de supermakt zijn voorraden weer aanvullen.
▸ We brachten een uur samen door, achter de balie, met de voordeur op slot. Ik sorteerde de post en zette thee en koffie, die Pamela en ik gedurende de dag moesten aanvullen. Lawrie leek oprecht blij met zijn kop thee. Het was alsof hij nog nooit eerder iets warms te drinken had gekregen.[1]
- Iedere dag moest de supermakt zijn voorraden weer aanvullen.
- overgankelijk samen een compleet geheel maken
- De mooie das vulde het mooie pak aan.
- De norse man werd gelukkig goed aangevuld door zijn veel vriendelijkere vrouw.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het ontbrekende bijvoegen
Gangbaarheid
- Het woord aanvullen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aanvullen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
Verwijzingen
- ↑
Jessie Burton (vert.Marja Borg)
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be