aanwenden - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
aanwenden wendde aan aangewend
zwak -d volledig

Werkwoord

aanwenden

  1. overgankelijk gebruikmaken van
    • Je kunt deze methode aanwenden om het wiskundige probleem op te lossen.
    • Hij wendde zijn autoriteit aan om zijn eigen zin door te drijven.
      De energie die een man gebruikt om weet ik veel goed werk te maken, moet ik van jou aanwenden om “dingen te veranderen". Je snapt het niet, omdat jij altijd als een individu hebt kunnen leven, Isaac. En toch is alles wat je doet als man universeel.[1]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanwennen

aanwenden

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aanwennen
    • ...dat wij aanwenden.
    • ...dat jullie aanwenden.
    • ...dat zij aanwenden.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen


  1. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be