aardbei - WikiWoordenboek (original) (raw)

Aardbeien

ijs met aarbeismaak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aardbei aardbeien
verkleinwoord aardbeitje aardbeitjes

Zelfstandig naamwoord

de aardbei v / m [3] [4]

  1. (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht Fragaria op Wikispecies
  2. (fruit) eetbare vrucht van planten uit het geslacht Fragaria op Wikispecies
    • Beschuit met aardbeien is mijn lievelingsontbijt.
      Het was niet tot haar doorgedrongen dat het een taart was, want het cakegedeelte ging geheel schuil onder een laag aardbeien.[5]
      Eens ging hij in Choisy alleen een wandeling maken; toen hij terugkwam ontmoette ik, met mijn schoonzusters, hem in het park en wij gingen op een bank aardbeien zitten eten.[6]
  3. met de smaak van aardbeien
    • Wat voor limonade wilt u? Doe mij maar aardbei.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. eetbare vrucht van planten uit het geslacht Fragaria

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "aardbei" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. aardbei op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  5. Amanda Block
    “De verloren verteller” (2021), The house of books, ISBN 9789044363647

  6. Victoria Holt
    “Bekentenissen van een koningin” (1968), Saga, ISBN 9788726484847
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be