abundant - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen abundant abundanter abundantst
verbogen abundante abundantere abundantste
partitief abundants abundanters -

Bijvoeglijk naamwoord

abundant

  1. abondant, overvloedig, rijkelijk
    • Een abundante hoeveelheid.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Engels: abundant (en), copious (en), profuse (en) Spaans: abundante (es)

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
stellend vergrotend overtreffend
abundant more abundant most abundant

Bijvoeglijk naamwoord

abundant

  1. abundant, overvloedig
Afgeleide begrippen