accelereren - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versnellen’ voor het eerst aangetroffen in 1553 [1]
- afgeleid van het Franse accélérer (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
accelereren [4]
- overgankelijk versnellen
- inergatief optrekken
1.
| 96 % |
van de Nederlanders; |
| 96 % |
van de Vlamingen.[5] |
- ↑ "accelereren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Wiktionnaire
- ↑ accelereren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be