accidenteel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen accidenteel accidenteler accidenteelst
verbogen accidentele accidentelere accidenteelste
partitief accidenteels accidentelers -

Bijvoeglijk naamwoord

accidenteel [2]

  1. bij tijd en wijlen, bij toeval, bijkomstig
  2. (medisch) als gevolg van een ongeluk
  3. (muziek) ~e verhoging of verlaging een verhoging of verlaging die niet onderdeel van de toonsoort is maar slechts op een bepaalde plaats in de muziek voorkomt
Vertalingen

1.

Engels: accidental (en) Pools: przypadkowy (pl) Portugees: acidental (pt) Spaans: accidental (es) Tsjechisch: akcidentální (cs)

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. accidenteel op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be