achteruitgaan - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| achteruitgaan | achteruitgaand |
| achteruitgang | achteruitgegaan |
- IPA: / ˌɑxtəˈrœytxan / (4 lettergrepen)
Woordafbreking
- ach·ter·uit·gaan
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van achteruit bw en gaan ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| achteruitgaan | ging achteruit | achteruitgegaan |
| klasse 7 | volledig |
Werkwoord
achteruitgaan
- ergatief slechter worden, verminderen in kwaliteit of kwantiteit
- Ik vind dat ze de laatste tijd enorm achteruitgegaan is.
- ergatief naar achteren gaan, achteruitlopen
Synoniemen
- [1] verslechteren
Vertalingen
1. slechter worden
| Duits: zurückgehen (de) Engels: decline (en) | Frans: décliner (fr) Spaans: decaer (es), declinar (es), desmerecer (es), desmejorar (es), empeorarse (es), , decrecer (es) |
|---|
2. naar achteren gaan, achteruitlopen
| Spaans: ciar (es), cejar (es), retrasar (es), retroceder (es), acular (es) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord achteruitgaan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.