adieu - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- adi·eu
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: groet’ voor het eerst aangetroffen in 1475 [1]
- uit het Frans [2]
Tussenwerpsel
adieu
- afscheidsgroet, laatst vaarwel, iemand adieu zeggen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adieu | adieus |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord adieu staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "adieu" herkend door:
| 93 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 91 % | van de Vlamingen.[5] |
Verwijzingen
- ↑ "adieu" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ adieu op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Frans
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- Oudfrans adeu; gevormd uit à en dieu als verkorte vorm van de formule "(je) vous (re)commande à Dieu"[1]
Tussenwerpsel
adieu
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| adieu | l'adieu | adieux | les adieux |
Zelfstandig naamwoord
adieu m