afdrukken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
afdrukken drukte af afgedrukt
zwak -t volledig

Werkwoord

afdrukken

  1. inergatief in- of uitschakelen door op een knop te drukken
    • Wie het eerste afdrukt, gaat naar de volgende spelronde.
  2. overgankelijk (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
    • De scholier wilde zijn rapport afdrukken.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. (op papier) weergeven d.m.v. een printer of een drukpers

Zelfstandig naamwoord

de afdrukken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord afdruk
    Maar als ze met haar magere kopje mijn sleutelbeen raakte en ik gul mijn spekarmen om haar lijf sloeg — haar botjes broos als het geraamte van een pasgeboren kwartel — voelde het alsof haar zwaarte afdrukken maakte in mijn huid.[1]

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen


  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be