afleiden - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
afleiden leidde af afgeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

afleiden

  1. overgankelijk de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan
    • De zoon moest zijn vader afleiden, zodat de dochter ongemerkt naar buiten kon gaan.
      Een onbekende stem vertelde een eindeloos lange mop met een zeer matige clou, maar ik was allang blij afgeleid te worden.[1]
      Een mooi uitzicht zou me waarschijnlijk alleen maar afleiden van mijn werk.[2]
      Ik tastte op het nachtkastje naar mijn telefoon, zette de meditatie-app uit en opende mijn mail. Ik moest mezelf maar weer afleiden. Tussen een woud van spamberichten, zag ik haar naam staan: Mirte van Reeden, hoofdredacteur Psychologie Magazine.[3]
  2. ~ uit: begrijpen, concluderen
    • Ik kon uit haar woorden wel afleiden dat ze het leuk had gehad.
      Uit de contouren kon ze eveneens afleiden dat de haardos van haar zus op zijn minst verwilderd te noemen was.[4]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. begrijpen, concluderen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen


  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  2. Jessie Burton (vert.Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be