afwikkelen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
afwikkelen wikkelde af afgewikkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

afwikkelen

  1. overgankelijk een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
    • Hij had de draad te ver ineens afgewikkeld en deze raakte daardoor hopeloos verward in een grote knoop.
  2. overgankelijk een bepaalde zaak geheel afhandelen
    • Die boedelscheiding moet eerst nog afgewikkeld worden.
      Als hij het goed speelde, was de zaak definitief afgewikkeld en iedereen blij.[1]
      En nu de politieke kwestie van de dag was afgewikkeld, gingen de vriendinnen met nog meer geestdrift over op de vraag of Christa bij de laatste saIon voor de zomeronderbreking moest proberen haar verwondingen te verbergen of juist niet.[2]
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. een bepaalde zaak geheel afhandelen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen